Sesshin als smeltoven

Een zenmeester zei ooit dat de zendo geen vredige toevluchthaven is, maar een stookplaats voor onze egoïstische waanideeën. Dit ‘egoïstische’ is niet een veroordeling of waardeoordeel, maar de nuchtere constatering dat we een groot deel van onze tijd obsessief bezig zijn met onszelf. 

‘I like an egg and some tea, but best of all I like to talk about me’
(Tekst die ik nooit meer vergeten ben uit ‘Why am I so short’ van de eerste LP van Soft Machine in 1968.)

Een grappige paradox is dat we onbewust vaak bezig zijn met wat anderen van ons denken, terwijl die anderen op hun beurt  vooral met zichzelf bezig zijn ( wat vinden ze van mij?) en dus nauwelijks met jou.

Dit weet je natuurlijk wel, maar ons ‘systeem’ gaat zijn eigen gang en brandt op oude aannames en overlevingsangsten en – strategieën, waaronder deze nerveuze gedachte.

Als je mediteert neem je wat afstand van jezelf, wordt alle gedoe wat transparanter en kun je zien hoe je feitelijk van alles aan het creëren bent.

In dat proces – zonder dat je dat nou zo in de gaten hebt – worden onverwerkte resten uit je verleden verbrand of als het ware ontdaan van hun ontbrandingsgevaar: de lont gaat eruit.

In de geplande, bewust vrij-gemaakte tijd van zazen ontstaat er ruimte om je verleden te integreren, te omvatten en een plek te geven in je bestaan van nu.  Hoe?

Door vrij en open te kijken, te zien, te schouwen welhaast, bijna onpartijdig.
Daarin ontstaat een proces van aanvaarding van wat je ziet en voelt. In het vuur van de aandacht kunnen onverwerkte, emotionele resten uit het verleden, smelten en zacht worden.

In een meditatie onlangs kreeg ik  ineens het gevoel dat ik in een smeltoven: zazen als een soort smeltoven waarin de oude harde brokstukken in onszelf de kans krijgen te smelten.

In je dagelijkse zazen smelten en verwerk je de dingen van de dag: dat geeft lucht voor dat moment. Maar als je je ‘hypotheek wilt afbetalen’ – zoals een van mijn leraren dat treffend omschreef – is het heel goed om van tijd tot tijd langer de tijd te nemen.

Traditioneel hebben we daarvoor de sesshin: een periode waarin je je  normale werkzame leven  stil legt – meestal voor drie tot zeven dagen – om je uitsluitend en intensief te richten op deze beoefening.

In een sesshin kun je jezelf niet ontlopen. Maar daar kom je dan ook niet voor tenslotte.

In de fysieke inspanning van het langdurige  zitten, komen ook de oude brokstukken waarmee je ‘zit’, makkelijker omhoog.
En dan is het zaak om het verbrandingsproces zijn gang te laten gaan waarin onze egoïstische waanideeën kunnen smelten.

Het fysieke gebeuren, de lichaamshouding, speelt daarin een cruciale rol.
In Zen zeggen we het zo: onze voeten en benen zijn het brandhout en onze buik is de oven waarin dat proces plaatsvindt.

In dit proces kan er een ander, nieuw perpectief ontstaan op wat zó voor de hand lijkt te liggen, maar wat tegelijk zo bijzonder en mysterieus is: je leven!