Het wordt steeds duidelijker dat Leven fundamenteel gezien betekent: leven in verbinding, in relatie. Er is alleen maar leven mogelijk door een voortdurend weefproces van schering en inslag.
Pictogram
佛
mens weefgetouw
In het Chinees – heb ik me laten vertellen – bestaat het pictogram voor een Boeddha uit twee tekens: een mens en een weefgetouw: het beeld van iemand die zich kan (laten) inweven in de werkelijkheid zoals die onafgebroken geweven wordt van een beginloze tijd tot en met precies dit moment.
Ingeweven als het ware in die verbinding.
Het denken waarin we ons afscheiden van en uit dit proces heeft catastrofale gevolgen; niet alleen voor de natuur, maar ook voor onszelf. Wij zíjn immers zelf ook natuur. Maar op een of andere manier hebben we ons losgezongen (noem dat maar zingen!) van de natuur, alsof wij zelf daarvan los zouden staan, of nog erger: erboven.
De vanzelfsprekende verbinding met de natuur, de ons omringende gemeenschap én met dat wat de beperktheid van ons leven overstijgt, is sinds het Verlichtingsdenken uit de vorige eeuwen op losse schroeven komen te staan. Dat heeft enorme winst(en) opgeleverd, maar tegelijk is daar ook een flinke prijs voor betaald, waar we nu steeds meer achter komen.
Het ervaren en een diep intuïtief weet hebben van verbondenheid is waarschijnlijk een van de belangrijkste geluksfactoren is in ons leven. En mutatis mutandis: het gevoel daarvan afgesloten te zijn, een van de ellende-factoren is ons leven.
Kijken we naar ons individuele leven, dan is het meest schrijnende wat ons kan gebeuren: uitgesloten, soms uitgestoten worden uit verbondenheid.
Iedereen kent deze traumatiserende ervaringen, die feitelijk altijd al heel vroeg in ons leven plaatsvinden en een verwoestende uitwerking kunnen hebben op ons leven. Waarna we een heel leven weer op zoek gaan naar heling van de wond, erkenning en liefde: naar de ervaring van verbondenheid.
Er is een berucht experiment met een baby aapje dat stierf door emotionele verwaarlozing. Het dier werd voorzien van meer dan voldoende voedsel, maar moest het doen met een surrogaat-moeder van ijzerdraad en bont, waarvan natuurlijk geen enkele affectie uitging. Het dier overleefde het niet.
Wat mij betreft gaat Zen uiteindelijk over die ervaring van ingebed zijn in een groter geheel. Die ervaring kan je soms plotseling en onverwachts ‘overvallen’, een direct en intens zien en ervaren van eenheid met alles en iedereen, een samenvallen mét.
Maar voor de meeste mensen en beoefenaars van Zen en ‘aanverwante’ spirituele tradities, komt deze ervaring voort uit een gestaag proces van het ontwikkelen van inzicht en vertrouwen in – wat we in Zen noemen – de grote zaak van leven en dood. Leven en dood zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden immers.
In dit proces kan een heling plaatsvinden die langzaam maar zeker kan doorsijpelen en bodem vinden in ons leven.
Snel of langzaam zijn hierin niet belangrijk; ieder van ons heeft haar/zijn eigen proces en weg te gaan, zoals hier verwoord in deze haiku:
Ook de huisjesslak
beklimt de berg Fuji
maar langzaam, langzaam
PS
Onlangs zond ’De Boeddhistische blik’ een boeiende film uit over dit onderwerp, waarbij de inzichten van Nagarjuna – de ‘uitvinder’ van het begrip Leegte (Sunyata) – gekoppeld worden aan de moderne wetenschap waaronder de quantummechanica.
‘De werkelijkheid bestaat niet’.
