Met sangha wordt in het Boeddhisme van oudsher de groep mensen aangeduid die met elkaar mediteerden. In Boeddha’s tijd waren dat zijn mannelijke en later ook vrouwelijke volgers. Nu zijn het vooral ‘leken’ die heil vinden in het gaan van dit pad.
Boeddha zelf was heel duidelijk over het het belang, nee de noodzaak zelfs, van de sangha, de gemeenschap van zijn monniken, eerst alleen mannelijke, later ook vrouwelijke.
De waarde van de sangha ligt vooral in de kracht en energie die ontstaan als je met meer mensen samen mediteert.
Liefst live, maar ook via Zoom en Teams blijkt het te werken. We hebben elkaar nodig: reisgenoten op onze weg en gidsen die bekend zijn met de weg uit eigen ervaring en op zijn minst een stuk van de weg hebben gegaan.
Elkaar steunen in de praktijk van Zen is belangrijk, inspirerend en bemoedigend. Ermee beginnen is één, ermee doorgaan gaan is een tweede.
Dit geldt trouwens voor alles wat je onderneemt. Zeker als het eerste enthousiasme wat is getemperd, kost het vaak moeite om je kompas gericht te houden op je beoefening. Wie kent niet de droge, soms harde of wanhopige tijden, waarin ook Zenbeoefening een tamelijk zinloze exercitie lijkt.
Een groep mensen met wie je regelmatig bij elkaar komt én een leraar die je aanmoedigt als het saai en dor lijkt te worden, kunnen dan enorm behulpzaam zijn. Net als een groep mensen met wie je sport of andere dingen onderneemt: het helpt als je er in je eentje even niet zo makkelijk aan toekomt.
De weg is niet moeilijk omdat mediteren nou zo moeilijk is. Want als je eenmaal zit, gaat het meestal wel. Het past eigenlijk heel goed in een natuurlijk ritme van ons leven: van activiteit en rust, handelen en reflectie, hectiek en stilte. Maar dat natuurlijke ritme lijken we een beetje kwijt te zijn.
Maar tijd nemen voor reflectie en even stil worden, lijkt steeds lastiger te realiseren in ons hectische leven met al zijn afleidingen. Dat gaat dan meestal ook niet vanzelf. Het kost moeite om tijd en ruimte te creëren om even niets te doen, de boel even de boel te laten, op adem en bij zinnen te komen.
Maar zoals gezegd: zít je eenmaal, dan is het te doen en blijkt zelfs aangenaam te kunnen zijn! Het is de berg of de beer die ervoor ligt.
Er lijken immers altijd zoveel belangrijkere of leukere dingen te doen…..
Daarom kunnen we elke aansporing, elke herinnering aan het belang ervan, heel goed gebruiken. Om je te herinneren aan wat ertoe doet in je leven, wat heilzaam is; om je te herinneren aan een levensvreugde die minder afhankelijk is van uiterlijke omstandigheden.
Het samenkomen, daar de tijd voor in te ruimen en met elkaar te zitten, geeft een totaal andere beleving dan in je eentje zitten. Elke keer als ik met ‘mijn’ groepen in de zendo zit, voel ik wat het met me doet: een intenser aanwezig zijn en het plezier van het samen mediteren en de reflectie daarop met elkaar. Soms zeg ik dat ook en dan merk ik dat dit voor bijna iedereen opgaat. Ik denk dat een van de redenen is waarom onze groepen goed ’lopen’.
Zentrum ligt aan de Oudegracht in Utrecht, midden in de hectiek van de grote stad. We hebben meestal flinke verantwoordelijkheden, privé en zakelijk, en ook de leraren worden net als iedereen heen en weer geslingerd in het maatschappelijk en sociale krachtenspel.
In die hectiek willen we een oase zijn, een tempel van beoefening.
De inzet is dat Zentrum steeds meer een ruimte kan zijn die van belang is voor ons allemaal, een plek waar we ons kunnen oriënteren en zonodig héroriënteren; waar we helderheid kunnen scheppen in onze levens en kunnen bijtanken als de tank leeg is.
Waar we bij zinnen en op adem kunnen komen. En ook waar we troost en rust kunnen vinden, maar vooral ook helderheid. Om met een koel hoofd en warme voeten in de wereld te staan.
Voor ons eigen heil en dat van alles en iedereen om ons heen, dichtbij en veraf. En dat lijkt op dit moment alsmaar belangrijker te worden.
We hebben elkaar daarvoor nodig.
Nog even naar Boeddha:
In de Pali canon, in de Samyutta Nikaya sutra, staat een dialoog tussen hem en Ananda, zijn neef, assistent en meest nabije en geliefde leerling:
‘ Op een keer wilde Ananda zijn waardering uitspreken voor het samenleven van de bhikkhus (monniken) en zei: ‘Eerwaarde heer, dit is de helft van het heilige leven: goede vriendschap, goed gezelschap, goede kameraadschap.’
Maar de Boeddha antwoordde krachtig: ‘Nee, Ananda! Nee!
Dit is het gehele, heilige leven: goede vriendschap, goed gezelschap, goede kameraadschap. Wanneer een bhikkhu een goede vriend heeft, een goed gezelschap, een goede kameraad, dan mag verwacht worden dat hij het Edele Achtvoudige Pad zal ontwikkelen en cultiveren.
