De Grote Doorstroom: op de trommel slaan.

In de Innerlijke geschriften van Zhuang Zi staat hoe hij rouwt om zijn gestorven vrouw en op de grond met gespreide benen op een vat zit te trommelen.

Een vriend komt langs om hem te condoleren, ziet dit tafereel en zegt: ‘Zij heeft met je geleefd, je kinderen grootgebracht en is oud geworden. Nu haar lichaam gestorven is en je niet huilt, dat is tot daaraan toe. Maar op een vat te zitten trommelen en te zingen, is dat niet een beetje teveel?’  

Zhuang Zi. antwoordt: ‘Toen ze stierf was ik natuurlijk diep bedroefd, net als ieder ander. Maar toen dacht ik na over haar begin, en hoe er oorspronkelijk geen geboorte bestaat; en niet alleen geen geboorte, maar oorspronkelijk ook geen lichaam; en niet alleen geen lichaam, maar oorspronkelijk ook geen Qi.
In duisternis en vaagheid was alles vermengd. Door een eerste verandering ontstond Qi, door de verandering van de Qi ontstond haar lichaam, en door nog een verandering werd ze geboren. Nu is er opnieuw een verandering geschied en is ze gestorven. Dit is nu net als lente, zomer, herfst en winter, de cyclus van de vier jaargetijden. Thans ligt ze rustig te slapen in de grote kamer. Stel dat ik haar nu achtervolgde met groot misbaar en tranen, dan zou ze vinden dat ik niets begrepen heb van het lot. Dus ben ik daarmee opgehouden.’

Elders in de Innerlijke geschriften wordt gesproken over ’De Grote Doorstroom’: alles komt er uit voort en alles gaat er naar terug. Als we zo naar ons leven kunnen kijken en het ook zo kunnen ervaren – al is het maar van tijd tot tijd – lijkt me dit een vertrouwenwekkend en troostrijk gegeven.

Iets wat je je misschien kunt her-inneren en inzetten, als je vastzit, het niet meer weet of het gevoel hebt niet verder te kunnen. Als een soort van mantra die je voor jezelf kunt zeggen en herhalen…… ‘De grote Doorstroom’. Wie weet…

Zenkoans* zijn verhalen over ontmoetingen tussen zenmensen: leraren, studenten en leken, waarin iets over verlichting duidelijk moet worden. In een van die verhalen gebeurt dit:

Kasan zei: “Leren door studeren wordt ‘horen’ genoemd; uitgestudeerd wordt ‘je komt in de buurt’ genoemd; deze twee vormen van leren overstijgen is ‘het ware overgaan.’”  Een monnik vroeg: “Wat is ‘het ware overgaan?’”

Kasan zei: “Op de trommel slaan.” Weer vroeg de monnik: “Wat is het ware onderricht van de Boeddha?” Kasan zei: “Op de trommel slaan.”

En nog een keer vroeg de monnik: “Ik zou u niet willen vragen naar ‘Precies deze geest is de Boeddha’, maar wat is ‘Geen geest, geen Boeddha’?” Kasan zei: “Op de trommel slaan.” De monnik bleef doorvragen: “Als er een verlicht mens komt, hoe behandel je hem dan?”Kasan zei: “Op de trommel slaan.”

Al die ingewikkelde vragen! En telkens afgesneden door steeds dezelfde respons: “Sla de trommel!”
Kasan brengt al die ingewikkelde kwesties terug tot ‘sla de trommel’: doe wat je te doen staat, wat de situatie vraagt en van daaruit: wat je wil.
Dat kan zijn: eindelijk iemand bellen wat je altijd maar uitstelt, stofzuigen, je zooi opruimen, hup! naar buiten; maar ook: het is tijd om te stoppen, te mediteren of iets anders te doen wat werkt.

Traditioneel wordt er in de Japanse Zenkloosters altijd op de drum geslagen als het tijd is om te mediteren, te werken of te eten.Het is een oproep om meteen, direct te doen wat gevraagd wordt. Het is een ‘wake-up call’.

Dit ‘weten hoe je de trommel moet slaan’ kan je terugbrengen naar de directheid én de diepte van je leven.
Als je werkelijk doet wat je te doen staat, dan is er alleen maar dít: er is dan even geen probleem, geen twijfel of verwarring. Alleen maar: just do it.

Kunnen we dat?  Ja het is iets wat we heel concreet kunnen doen, nu hier.

Kunnen we het vertrouwen? Niet zo makkelijk. Daarom gaan we altijd door met dit te onderzoeken en te proeven; en ’slaan we op de trommel’, net zolang totdat we er meer en meer vertrouwen in gaan krijgen en het onze kijk en waardering voor ons leven – langzamerhand vaak – kan doen kantelen. 

En op de momenten dat je het (nog) niet vertrouwt, kun je het wellicht door de twijfel heen gelóven. Omdat we hier bijna altijd wel een intuïtie over hebben; dat je aanvoelt dat hier iets in zit wat klopt. Een intuitie die we hopelijk durven vertrouwen en volgen.

* Koanverhalen gaan bijna altijd over de grote universele thema’s die van alle tijden zijn. Die iedereen – al is het maar van tijd tot tijd – ontmoet: wat is geboorte en wat is dood?  Wat is vrijheid?  Waarom is er zoveel lijden en armoede? Waarom treft mij dit ongeluk? Uiteindelijk is de vraag: hoe kan ik een leven leiden waarbij ik deze kwesties niet zozeer definitief oplos, maar ermee leer te leven op een bevrijde en bevrijdende wijze? Dat is waar koans altijd over gaan.

Een gedachte over “De Grote Doorstroom: op de trommel slaan.

  1. Dat is heel mooi, De Grote Doorstroom, om op die manier naar de dood te kunnen kijken.

    Als een natuurlijk gegeven en niet alleen een persoonlijk leed.

    Ook veel mooier dan de omschrijving: doodgaan, het is een proces.

    Dank voor deze blog

    Like

Plaats een reactie