Erkentelijkheid

Het nieuwe seizoen is inmiddels al in volle gang. Iedereen heeft weer haar of zijn plek in de zendo gevonden en probeert zoveel mogelijk aanwezig te zijn. Voor zichzelf en voor de anderen in de groep. Want zitten in een groep helpt.

In de laatste retraite op Terschelling merkte ik weer opnieuw de kracht en energie die het zitten in een groep kan geven. In de gezamenlijk beleefde stilte, samen met het onderricht en de gesprekken, ontstaat iets wat moeilijk te duiden of te benoemen is, maar wat bijna tastbaar aanwezig is en zonder meer ondersteunend is. En die steun is van belang.

Want zo stil zitten en ‘niet iets bijzonders doen’  – voor ons gevoel: niks doen – is niet zo vanzelfsprekend. En in je eentje is er altijd eerst een hobbel die je moet nemen: iets anders dat belangrijker of leuker lijkt en dus voorgaat, of je bent moe of voelt je maar zo, zo….
of je hebt gewoon geen zin. Er is namelijk altijd wel wat, zeker als je er met jezelf over in discussie gaat.

Samen met anderen mediteren – die min of meer op dezelfde golflengte zitten – maakt het makkelijker en natuurlijker. 

Dat stemt tot dankbaarheid en erkentelijkheid. Ook voor dit onderricht dat door Boeddha uiteengezet is zo’n 2500 jaar geleden. Een onderricht dat ook nu nog kan inspireren en helpen om ons leven vorm en inhoud te geven op een wijze die als zinvol en waardig ervaren kan worden.  En daarmee hopelijk kan bijdragen aan het welzijn van alles en iedereen.  

Grote woorden, ik weet het, maar ik denk dat ieder van ons dit diep van binnen wenst, ook al lijkt er aan de buitenkant niets van te merken. In dit opzicht mag je misschien wel zeggen dat alle mensen deugen, ook al deugen we in allerlei andere opzichten natuurlijk ook weer niet. Allebei waar denk ik.
In Zen denken we zelden in ‘of-of’, maar meer in ‘en-en’.

In het Boeddhisme noemen we dit verlangen – dat soms diep verborgen kan zitten: Bodhicitta, de wens naar bevrijding en welbevinden van alles en iedereen.   

Wat daarbij wel enorm in de weg kan zitten, is ons ‘ik-mij-mijn complex’. Het doortrekt de hele menselijke geschiedenis en doet dat nog steeds met enorm veel lijden als gevolg.
Alle boeddhistische beoefeningen zijn gericht op het vrij(er) worden van onze ik- verkramping om zodoende een bevrijder en  bevrijdender bestaan te bieden en te leiden. 

Dat vraagt over het algemeen een voortdurende beoefening; als een duurzame herinnering aan en expressie van het gaan van deze richting op de Zenweg. En die is eindeloos.

Het denken wordt in dit proces vaak gezien als een spelbreker en boosdoener. In spirituele kringen heeft het dan ook een slechte naam opgebouwd.

Maar eigenlijk is ons denken natuurlijk grandioos. Alleen als het ons tiranniseert en op de stoel gaat zitten van de ’meester’, dan geeft het problemen. Het raakt makkelijk in de ban van zichzelf – positief en negatief – en neurotisch georiënteerd: almaar bezig met gevoelens van tekort, verlangens naar meer en beter, verwarring over zichzelf, onzekerheid over de toekomst….
Niet zo vreemd ook in een steeds neurotischer wordende wereld.

Maar er is ook een helder, creatief, bevrijdend en zeker ook vreugdevol denken. Alleen komt dat pas op als we vrijer worden van het egocentrische denken, dat altijd uit is op winst en in angst leeft voor verlies. Vrij denken is fantastisch. Het is een expressie van onze levensenergie die alles doortrekt en ervoor zorgt  dat we überhaupt kunnen denken. Wat een cadeau! 

Het wordt tijd dat we gaan zien hoe het denken werkt en ons telkens weer in de luren legt en in de valkuil van ‘ik-mij-mijn’ laat lopen; hoe we door diepgaand te kijken en te luisteren onze vrijgemaakte denkkracht kunnen inzetten.
Opdat de eindeloze conflicten en oorlogen die onze menselijke geschiedenis tekenen, eindelijk eens tot bedaren komen. Wishfull thinking? Wellicht. Maar toch: het wordt tijd.

Er zijn veel wegen die naar Rome leiden. Boeddhistische (zen)meditatie is er een van. Maar wel een die concrete en eenvoudige handvatten biedt zonder veel poespas; voor iedereen toegankelijk, ongeacht religieuze of politieke of wat voor overtuiging dan ook.

Het vraagt geen bijzondere vaardigheden of oefeningen: lichaam en adem zijn de ankerpunten en hulpmiddelen om stil te worden en inzicht te bieden. De enige vereisten zijn enige openheid en het durven bevragen van de eigen – soms dichtgemetselde – zekerheden en aangekoekte overtuigingen.

Contemplatie, meditatie en wijsheid zijn niet religieus gebonden, maar zijn universele menselijke kwaliteiten. Voor iedereen toegankelijk – op welk niveau dan ook – en beschikbaar.