Nix doen: een macht van een bezigheid.

Uitzicht vanuit de rijdende bus (Foto: Anna Charlotte Wijffels)

In een van Nescio’s verhalen uit ‘Boven het dal’ komt de kunstschilder Bavink op bezoek bij Koekebakker op zijn zolderkamertje. Daar ontvouwt zich deze dialoog:

“Kereltje” zei Bavink en stond in de opening van m’n deur, “wat doe je”?
“Goeiemorgen” zei ik, “je ziet wat ik doe. Ik doe nix”.
“Een macht van een bezigheid” zei Bavink.
(Uit: Nescio ‘Boven het dal’, het verhaal ‘Men vervalt in herhalingen II’) 

Niets doen is een kunst die in Tao en Zen als een belangrijke vaardigheid wordt beschouwd. In meditatie doen we ogenschijnlijk niets; maar iedereen die mediteert weet dat er tegelijk een grote inspanning nodig is om in dit niet-doen te blíjven en niet te ‘vervallen’ in de gebruikelijke hersenspinsels.

We gaan als het ware een open loze ruimte binnen waarbinnen we de dingen hun gang laten gaan zonder ons al te zeer uit balans te laten brengen.
We blijven gewaar, bij bewustzijn. En dat is een belangrijke vaardigheid die we zelden meekrijgen in onze opvoeding.

Deze loze ruimte is misschien nog nooit zó belangrijk geweest als juist nu.
Aan alle kanten wordt de zogenaamde loze ruimte die we hebben, ingeperkt en beknot. Alles moet functioneler, effectiever en we lijken nog steeds eenzijdig gefixeerd op de economische winst- en verliesrekening van ons leven.

In dat licht bezien zijn ‘activiteiten’ als lummelen, mijmeren, naar buiten of naar de hemel staren, allemaal verloren tijd. Maar tegelijk weten we ook al lang hoe mooie en belangrijke dingen ontstaan juist in die vrije ruimte. De grootste uitvindingen, de mooiste kunstwerken, de belangrijkste inzichten op menselijk gebied in het algemeen, zijn ontstaan in die loze ruimte, die onbedoeld vaak uiterst vruchtbaar blijkt te zijn.

Hoe dat precies werkt weten we niet. Maar dat is nu net de clou: juist omdat we het niet hoeven te weten of aan te sturen – het te láten – werkt het zo. 

Hoe belangrijk is het om regelmatig nutteloos te mogen zijn, een beetje voor je uit te staren, te dagdromen, te freewheelen en de geest wat te laten uitwaaieren?

Mediteren is een van de opties om het deze loze ruimte binnen te gaan.
In Zenmeditatie is die loze ruimte nou precies waar het over gaat, althans voor het moment dat je ‘zit’. Ze is daartoe bewust vorm gegeven en gecultiveerd om die ruimte toegankelijker te maken.

Want het is niet zo eenvoudig om je over te geven aan iets wat zo snel gezien wordt als nutteloze tijd. Voor veel mensen – zo blijkt altijd weer – is het precies dit gevoel dat regelmatig mediteren lastig maakt. 

Juist als het water je aan de lippen komt te staan, gaan we net díe dingen skippen die helpen: mediteren, sporten, leuke (onzinnige) dingen doen, echt contact maken met de mensen en dingen om je heen.
Maar daar hebben we immers geen tijd meer voor! Wat gaan we wel doen?
Harder werken, meer of weer roken, drinken, meer eten, voor de TV hangen…

Hoe prettig kan het zijn om in de trein of bus gewoon een beetje uit het raam te koekeloeren en de geest wat te laten mijmeren. Loze ruimte waarin je vrij kunt ademen, even niet effectief hoeft te zijn en het stof in je hoofd de kans te geven neer te dalen. In plaats van alle tijd op je smartphone te turen en je hoofd te vullen met nog meer stuff.

Zen gaat over leven – hier, nu – in plaats van overleven en het alsmaar naarstig op jacht zijn naar geluk of ons idee van geluk. 

Muso Kokushi (14de eeuw) drukt dat zo uit:  ‘Het belangrijkste nut van Zen is niet dat het ons blij maakt en verdriet verjaagt, maar dat het ons in contact brengt met de fundamentele realiteit die boven vreugde en verdriet verheven is’. 

De loze ruimte ingaan kan de verbinding herstellen met die fundamentele realiteit.

______________________________________

Vanaf 26 oktober is er weer gelegenheid om de vaardigheid van het nix-doen ervaringsgewijs te leren in een nieuwe introductiecursus van zeven bijeenkomsten.

Op zaterdag 23 oktober 13.00u geven we een open les om kennis te maken met de leraar, de ruimte en atmosfeer. In Zentrum, Oudegracht 84 te Utrecht.