70 % is perfectie

Een bekende uitspraak uit de Zentraditie die tot nadenken stemt.
Want perfectie is toch 100 %? Soms wordt er zelfs 120 of 200 % inzet geëist, bijvoorbeeld in topsport of werk.

Wat betekent die 70% dan? En waarvan dan 70%? Van het resultaat?
Of van onze inspanning? Dat we maar met 70 % genoegen moeten nemen en ons niet teveel moeten uitsloven?

Maar in Zen wordt toch ook altijd beweerd dat je alles moet geven in wat je doet? Dat je je leven totaal dient te leven? Hoe rijm je dit met elkaar?

Even met de botte bijl: perfectie is een idee, een illusie, een verhaal dat alleen maar in ons hoofd bestaat, niet in de werkelijkheid.
De werkelijkheid is iets heel anders, veel weerbarstiger dan we zouden willen.

Perfectionisme: een ernstige aandoening, vooral op dit moment en in het bijzonder bij jongeren als je de onderzoeken moet geloven.

Er zijn allerlei  – cultuurpessimistische – oorzaken aan te wijzen, maar feit is dat we ons meer en meer uit de naad werken om héél goed, zo niet de beste te zijn: als kind, ouder, echtgenoot, lover, noem maar op.
Ook op ons werk en zelfs op ons spirituele pad, willen we graag uitblinken.

Er blijft nauwelijks tijd over om gewoon te leven. Daar zijn we veel te druk voor!

De drang tot perfectie zit diep en werkt vaak onbewust.
Ons biologisch systeem is altijd uit op overleving, handhaving en veiligheid, waardoor het – vaak buiten onze wil om – zijn eigen gang gaat. Bijna altijd gedreven door angst.
Het vergt moed en tijd om dit onder ogen te zien en in te zien – vaak door schade en schande – hoe er enigszins verstandig mee om te gaan.

Perfectionisme komt voort uit angst; een diepe angst het eigenlijk niet te kunnen en dieper nog: niet goed genoeg te zijn.

Dat te kunnen zien en erkennen is niet niks. Het niet te ontkennen, maar het aan te gaan en verder te verhelderen. Om daardoor steeds meer op je gemak te kunnen raken met imperfectie en dat meer en meer te durven vertrouwen.
Waarbij je je uiteraard nog steeds heel goed kunt voorbereiden en 100% je best kunt doen! Dat is het punt namelijk niet.

Perfectionisme is voor de goden, niet voor de mensen, zeggen ze in het Oosten.
Daarom wordt er in een Perzisch tapijt altijd bewust een fout geweven, hoorde ik ooit. En werden de mensen die de goden wilden evenaren in de Griekse mythen op hun nummer gezet, soms zeer hardhandig.

Dit betekent niét dat we moeten ophouden met wetenschap, kunst, cultuur en andere menselijke inspanningen om ons leven inzichtelijker en mooier te maken.
En te verbeteren waar mogelijk.
Je zou zelfs kunnen zeggen dat het onze plicht is om dat te doen.
Alleen is het goed om de grenzen te kennen, individueel en maatschappelijk.

We hoeven geen goden te worden. Boeddhisme is de religie van de aarde.
Boeddha was een mens, geen god. Boeddhisme gaat over humaniteit, hoe we werkelijk méns kunnen worden. Hoe we volwassen kunnen worden en ons niet langer (teveel) afhankelijk maken van de oordelen van anderen, inclusief de goden. En daarmee van onze eigen perfectie idealen.

Hoe we die z.g.  imperfectie van onszelf en de wereld kunnen vertrouwen als: zo is het! Dit is mijn leven, hoe beroerd het soms ook lijkt. Want het is wel de realiteit van dat moment.
Kunnen we daar mee leven? Dat is een opdracht, een uitdaging, hoe moeilijk vaak ook.

Perfectionisme zit diep in ons. Het kan een een enorme potentie hebben in positieve zin, maar als we er blind op ingaan en de realiteit van de 70% uit het oog verliezen, kan het uitlopen op een ramp.

Een zenmonnik had zich suf geharkt en alle bladeren rond de eeuwenoude boom in de prachtige tuin verwijderd. De meester kwam langs, keek, keek nog eens, liep naar de boom en schudde er aan. Prompt vielen er natuurlijk weer bladeren in de zojuist aangeharkte tuin. ‘Zo is het mooi’, zei-ie.

Ook dit blog is verre van perfect, helaas!  Ik kan wel blijven slijpen, maar moet een keer stoppen en dan maar hopen op die 70%……