Eigen kracht of ‘andere’ kracht?

Er zijn richtingen in het Boeddhisme die de nadruk leggen op het feit dat we op eigen kracht niet tot bevrijding of verlichting kunnen komen.

In Zen lijkt het accent sterk te liggen op de eigen kracht. Jíj moet het doen, wie anders? En dat klopt natuurlijk. Ik moet in beweging komen om wat voor reden of oorzaak ook. Soms omdat het leven (teveel) schuurt, je het als moeizaam of deprimerend ervaart, soms vanwege het onrustige gevoel dat er toch wat meer moet zijn dan ‘dit’; soms uit interesse…. wat het is ook is: er is iets dat me in beweging zet en me aanspoort te zoeken.

In het Zuivere Land Boeddhisme gaan we ervan uit dat míjn kracht niet toereikend is om bevrijding of verlichting te bewerkstelligen. Wat ik ook doe, zolang ík het zo nodig wil en me rot werk om mezelf aan mijn haren uit het moeras van deze wereld te trekken, zal het niet werken.

In Japan – soms ook hier nog – hebben ze sesshins waar je zó kapot gaat, dat je het op een bepaald punt totaal opgeeft. Vaak levert dat – in ieder geval voor het moment – bevrijdende momenten op.

De les lijkt te zijn dat ik mezelf dien te vergeten, inclusief al mijn projecten en hooggestemde idealen – vooral omtrent mezelf – en dat er dan pas iets kan gebeuren.

Het gegeven van ‘eigen kracht’ is aantrekkelijk voor de moderne mens die immers geacht wordt het lot in eigen handen te nemen omdat je verantwoordelijk wordt geacht voor je eigen geluk.
Maar ook in de Zentraditie kennen we de ontoereikendheid van ‘eigen kracht’ en hebben we weet van het feit dat we Het niet kunnen maken…of breken.

En gaan we zien dat ‘eigen kracht’ er vooral toe dient om iets telkens weer opnieuw iets in werking te zetten, of beter: de gelegenheid te scheppen opdat er iets kan gaan werken wat ík niet kan doen.
En daar komen ‘eigen kracht’ en ‘andere kracht’ voor mij bij elkaar.

Zitten in zazen komt voort uit de opdracht om iets te doen, iets in gang te zetten:
tijd en ruimte nemen – soms claimen – voor jezelf; een rustige plek zoeken; jezelf (op)recht neerzetten op kussen, bankje of stoel, aandacht in het lichaam en de adem (om je wat bij les te houden).

En dan komt het stuk wat je niet kunt doen: de overgave aan het zitten, aan de beweging van het Leven in jezelf ,met alles wat dat met zich meebrengt aan mooie, lelijke, irritante of vreugdevolle momenten.

Het jezelf toevertrouwen aan Jezelf, dat wil zeggen aan je leven nú, hier, zoals het zich toont en in- en uitstroomt, net als de adem, terwijl je zit.
Hier komt ‘andere kracht’ om de hoek: om jezelf met al je ideeën, plannen, ambities, frustraties te vergeten voor de tijd dat je zit en het over te laten aan iets anders.
Dat ‘anders’ kun je invullen zoals je wilt: je brein, de Geest, God (‘Let go, let god’ las ik ooit ergens), je innerlijke wijsheid…………you name it.

Natuurlijk is dat lastig en lukt ook dát weer niet. Maar dat is in dit licht dan geen probleem meer als je ook dat weer kunt laten gebeuren.

Tja, hier zitten we weer midden in de grote paradox van het wu wei: doen door niet-doen. Natuurlijk vraag je dan meteen weer: ja maar hoe doe je dat? Omdat we het zo graag willen doén en dat ook zo gewend zijn. Nou ja, je snapt daar zit het probleem.

In zazen beoefenen we die paradox en lossen we haar op. Door te doen én niet te doen. Of beter: op te merken dat ik telkens weer aan het doen ben en het dan te laten gaan door terug te keren naar de adem, je koan, een geluid…naar de concrete, direct voelbare en tastbare werkelijkheid van dit moment.

Wat mooi is dat zazen dan – althans zo ervaar ik dan vaak – geen worsteling is, maar een meer en meer kunnen verblijven in een soort helderheid waarin je ziet wat er is. Soms is dat niet aangenaam en is het een kwestie van uithouden en er niet in verzeild raken; soms is het boeiend en amusant en kun je genieten van de trips waarin je vrij kunt ronddwalen.

Dan is zazen dus geen geploeter op je matje, maar het meemaken van je leven op dit moment. En soms ervaar je dan hoe bijzonder dat is, hoe mysterieus dit alles is en hoe bevoorrecht je bent dat je hier zit. Ik zal niet al te lyrisch gaan doen, want zo is het niet altijd natuurlijk. Maar dat is ook niet waarover het gaat. Waar het over gaat is: durf en kun je ontwaken in dit moment, durf je jezelf toe te vertrouwen aan je leven, aan Het leven of zoals Uchiyama roshi dat zei: aan de diepte van je leven.

En daar komen wat mij betreft ‘eigen’ en ‘andere’ kracht bij elkaar: we spannen ons in, om iets te laten wegvallen. En daarin kan dan zoiets als bevrijding plaatsvinden.

Uiteraard is dit iets dat je moet gaan leren vertrouwen.
We zeggen wel eens dat het in Zentraining neerkomt op ontspanning en vertrouwen.
Meestal gebeurt dat niet van de ene dag op de andere en heeft het tijd nodig en is en zekere mate van beoefening – welke dan ook  – behulpzaam.

En dan zou verlichting wel eens meer voor de hand kunnen liggen dan we denken.

_____________________________

Dit blog werd geïnspireerd door een Dharma onderricht dat ik op youtube zag van David Brazier waarin hij stelt dat de verlichting van Boeddha door ‘andere kracht’ tot stand kwam. De moeite waard om te luisteren.

Op 16 en 17 juni is David Brazier te gast in Zentrum.