Geluksbelletje

Alles leeft nog. Ook dat belletje dat al die tijd rond gehangen heeft in mijn huis.

Sinds een maand of twee hangt het in de keuken. Elke keer als ik de middelste keukenkastjes opendoe, komt het door de luchtdruk in beweging en laat het van zich horen. Zojuist toen ik thee stond te maken deed-ie dat weer en ineens: grote verlichting! Nee hoor, was maar waar. Het was maar een kleintje, maar wel de moeite waard.

Ik begreep ineens heel helder dat geluksbelletjes geen geluk brengen. Dat vermoedde ik al: het magisch denken is mij niet zo eigen helaas, of is in ieder geval uitgedoofd in de loop van mijn volwassenwording. Maar soms zit er blijkbaar nog ergens een restant van dat magische denken….
Ik realiseerde me: het belletje is er niet om op een geheimzinnig magische wijze geluk te scheppen, maar om me aan het geluk – beter nog: aan mijn leven nú – te herinneren en het aldus aanwezig en voelbaar te maken.

Het belletje rinkelde en ik realiseerde me dat ik – hoewel ik niet bepaald huppelend rondliep op dat moment – er gewoon wás. Ik voelde dat niet écht tot op dat moment. Maar door het tingelen lichtte er iets op. Heel klein, maar merkbaar.
Zo merkbaar dat ik het hier nu zit uit te werken.

Geluksbrengers – zoals dit belletje – hebben geen magische krachten op zích, maar kunnen wel iets magisch veroorzaken in ons brein, in onze geest. Zoals een reis naar Lourdes weinig tot geen ‘echte’ wonderen heeft opgeleverd – compleet zinloos dus zegt de scepticus – maar tegelijk miraculeuze dingen heeft bewerkstelligd op het gebied van troost en ondersteuning.

Voor mij was het geluid van het belletje een eye-opener, een mind-opener. Het her-innerde iets in me. Iets kleins, maar tegelijk bracht het een verschuiving in me teweeg die nu nog doorwerkt. Ik hoefde daarvoor helemaal niet speciaal aandachtig of oplettend te zijn: het belletje maakte zichzelf kenbaar. Dat had het al vaker gedaan natuurlijk en soms merkte ik het wel op, vluchtig, maar vaak ging het gewoon langs me heen. Zo gaat dat.

In veel verlichtingsverhalen in de Zentraditie zijn het dit soort kleine en subtiele aanleidingen die een aanstoot kunnen geven tot een ingrijpende ervaring.
Dat kan een vallend blad zijn, het krassen van een kraai, de aanblik van een gezicht, een aanraking, een ketsend steentje…de voorbeelden zijn overvloedig.
Soms is zo’n ervaring overdonderend, vaak niet zo heel spectaculair en alleen licht merkbaar.

Ik ben ervan overtuigd dat spirituele training van welke aard ook, helpt om dit soort ervaringen op te merken en te waarderen. Zo kun je van het ene lichtpuntje naar het andere gaan. Totdat er steeds meer blijken te zijn die er alleen maar op wachten om gezien en ervaren te worden.

En alleen jíj kunt ze zien en moet ze zien. Aan de ervaring van een ander heb je niets, ook al wordt het nog zo mooi verwoordt in poëzie, verbeeld in theater en doek of verklankt in muziek. Want hoe schitterend en roerend ook: het zijn dan tweedehands ervaringen. Ténzij je zo bij je kladden wordt gepakt dat je uit je hengsels wordt getild en het een eigen persoonlijke ervaring wordt.

In Zen worden de dingen om ons heen niet zozeer gezien als een verwijzing naar een mysterieuze diepzinnige werkelijkheid, maar zijn ze er een directe uitdrukking van.
Dat te lezen, te horen en rationeel te weten is niet voldoende om rust in je hart te krijgen; het moet ervaren worden, gevoeld, en uiteindelijk uitmonden in een weet hebben van, ook al is dat nog zo fragiel misschien.

Dat ervaren kan niet altijd en elke dag. We kunnen dat ook niet afdwingen. Je kunt hooguit iets doen om ‘in vorm’ te blijven, wat wil zeggen dat er genoeg openheid en vertrouwen is om de werkelijkheid toe te laten. Dwars door alle ellende heen, persoonlijk of van de wereld. Dwars ook tegen alle redelijkheid ín soms.

Een oud-student die nauwelijks nog mediteerde, mailde mij het volgende:

‘Vanochtend zat ik weer. Het goede van zitten, naast wat er allemaal met je op het kussen gebeurt, zit in het feit dat het míjn beslissing is dat ik daar zit. De godganse dag word ik, wie niet, geconfronteerd met van alles. Elke minuut ben ik een punching ball. Twintig minuten daar even uitstappen, dat beslissen en de boel de boel laten. Dat ervaar ik nu als iets dat een goede kant is van zazen.’

In mijn bedrijfstrainingen met heel praktische ingestelde mensen, zei ik vaak: ook al zou wetenschappelijk aangetoond worden dat mediteren geen énkele zin heeft, alleen al het feit dat jij de beslissing neemt om het toch te doen, is van onschatbare waarde. Omdat je je daarmee als kapitein op de brug zet van je eigen leven.

In de meeste gevallen zit niet de meester op onze stoel, maar het denken. Het wordt tijd dat de meester weer zijn plek inneemt en het denken zijn eigen plek krijgt: die van dienaar. De kracht van het denken is enorm en van onschatbare waarde: maar het moet wel dienstbaar zijn aan de meester. En de meester moet zijn of haar plek weer opeisen. Zazen in dit licht gezien wordt dan zoiets als: de meester belichamen die je oorspronkelijk bent en je plek (weer) innemen.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s