Levende traditie

Ik heb de neergang van de Rooms-Katholieke kerk nog net aan den lijve mogen ondervinden. Ik ben nog misdienaar geweest en wilde zelfs missionaris worden. Het bloed kruipt waar het niet gaan kan want nu ben ik een soort van Zendeling. Als kind toog ik ooit een tijdje devoot geïnspireerd naar de vroegmis met het kerkboek van mijn opa onder de arm. Na drie weken was het afgelopen tot opluchting van mijn moeder.

Op mijn 15de was ik nog wel misdienaar, maar dat waren dan ook de enige keren nog dat ik in de kerk zat.
Het was over. Daarna heeft de teloorgang zich verder doorgezet, bij mij en vele anderen in die tijd.
Overigens is dat katholieke jochie nooit helemaal verdwenen: het badwater wel, maar het jochie niet.

Die afbraak van de kerk en het geloof was een noodzakelijk gebeuren om allerlei redenen. Eén daarvan was dat er geen leven meer in zat. De prachtige huls vol kleur en ritueel was langzamerhand bleek en leeg geworden en de religieuze lading had geen voeling meer met de innerlijke belevingswereld van de mensen.

Elke levende traditie loopt het risico een lege huls te worden en de grote vraag is: hoe hou je het leven erin? Dat geldt voor alles in ons leven. Kijk naar onze relaties waar ook steeds makkelijker de sleet in lijkt te raken. Hoe hou je het levend zonder het dicht te timmeren; hoe houdt je je toewijding zonder jezelf en de ander in een verstikkende omhelzing te houden.

Ook de Zentraditie kan verstenen, iets wat in Japan al een tijdje aan de hand lijkt te zijn. Tegelijk is het eigen aan Zen om zich voortdurend te vernieuwen.
‘Niets is zo’ was een bekende uitspraak van Shunryu Suzuki. Om ervoor te waken te snel te vervallen in harde zekerheden.
Verder lezend…
In Nederland zijn we al een tijd op zoek naar een vorm die past in onze tijd en onze cultuur, die aansluit op ons karakter en onze aard. Liefst zonder de wortels van Zen teveel geweld aan te doen of ons erfgoed te verkwanselen. Dit is een voortdurende uitdaging die iedere leraar, elke sangha (zengemeenschap) op eigen-wijze aangaat. Zo zijn er sangha’s die nauwelijks nog rituelen hebben, waar andere die juist weer veelvuldig en enthousiast inzetten in hun beoefening.
Eén van de manieren waarop je je individuele beoefening levend kunt houden, is het contact met je mede-reizigers op de weg en met een leraar. In Zen is die laatste ontmoeting geformaliseerd in wat we officieel noemen daisan of dokusan: de gelegenheid voor persoonlijke onderhoud met je leraar.

Dokusan gaat meestal over je koan (specifieke Zenvraag) en kan kort zijn; daisan is een meer open gesprek over welk aspect dan ook van je beoefening.
In de Zentraditie wordt grote waarde toegekend aan deze ontmoeting van ‘hart tot hart’, waarin je met je leraar kunt ‘sparren’ over je inzichten, twijfels, vragen of frustraties. Het is een gelegenheid om jezelf te laten zien zonder opsmuk of iets op te moeten houden. Om te laten zien waar je ‘zit’.

Waarom is dat zo belangrijk? Omdat we onszelf zo snel vast zetten in een zekere, vaak comfortabele overtuiging. Ieder van ons, de leraar inclusief, blijft wel ergens hangen in zijn of haar inzicht, in iets wat je denkt te weten. Vandaar het belang jezelf bloot te stellen aan een voortdurend onderzoek, opdat de deuren en luiken weer open kunnen gaan, hart en geest gelucht kunnen worden en er nieuw leven kan binnenstromen.

Dit Grote Onderzoek – ook wel Grote Twijfel genoemd – vindt individueel plaats, maar ook in de confrontatie met anderen en je leraar. Het houdt je individuele beoefening levend en als dat oprecht en goed gebeurt, kan het ook de traditie levend houden.
Voor leraren is het van belang je ook als student te kunnen opstellen. Ik leer altijd weer van de talloze ontmoetingen met mijn studenten. Ook in koanstudie komen gezichtspunten aan het licht waar ik zelf niet op gekomen zou zijn.
Vaak zit er een groot plezier in deze formele ontmoeting tussen leraar en student. En: het houdt de boel open en levend zodat we niet zo makkelijk blijven steken op de weg, ook niet als het uitzicht uitnodigt om te blijven hangen.
Jammer genoeg blijkt voor veel studenten de gang naar het persoonlijk onderhoud lastig, meestal omdat er allerlei misverstanden en/of angsten omheen hangen. Ik weet nog dat ik lang heb gedacht dat ik op zijn minst met iets interessants moest aankomen bij mijn leraar: een diepzinnige vraag of – liever nog – een groot inzicht. In het begin durfde ik mezelf nauwelijks echt te laten zien en was ik vooral bezig met het ophangen van een mooi plaatje van mezelf als een slimme en toegewijde zenstudent. Soms zeg ik wel eens dat ik er daarom zolang over gedaan heb, voordat ik een beetje begon te zien waarover het echt ging.
 
Bij Suzuki Roshi informeel op gesprek
Vandaar dat ik iedereen uit eigen ervaring van harte aanmoedig om ruimhartig gebruik te maken van de gelegenheid als die er is. Ook als je niks hebt: je leraar heeft vaak wel wat. Soms komen mensen naar me toe met: ‘ik heb eigenlijk niet echt iets, maar wou toch even langskomen’. Dat zijn over het algemeen niet de minst vruchtbare gesprekken. We kunnen elkaar echt helpen op deze lastige weg.
We hebben een koan: Shakyamuni Boeddha en Manjusri (de grote bodhisattva van wijsheid)  zijn slechts dienaren. Van wie?

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s